Judo en korfbal in India

In december 2009 is Ageeth Bakker, lerares lichamelijke opvoeding, naar India geweest voor de training in korfbal en judo. Deze training is een onderdeel van onze campagne voor het recht op (menswaardig) leven voor meisjes. Lees hier haar verslag.

Na vele uren rijden, gelukkig in gedeelten, kwam ik aan in Jalihal. Het was Kerstmis in Nederland, maar hier wordt het niet gevierd. Het eerste wat mij opviel waren de korfbalpalen. Het veld zelf was nog niet klaar. De laatste vrachtwagens fijn grond waren geleverd, die nog over het hele veld verspreid moest worden. Ik keek mijn ogen uit op de campus. Het ziet er erg mooi uit.
De cursisten uit Kerwardi waren nog niet aangekomen; zij waren nog onderweg.

Ik verbleef bij een gastgezin tegenover de poort van de campus. De moeder van het gezin kookte voor mij, omdat zij niet kruidig kookt. Inmiddels leerde ik Padmanabh en Harish kennen, de beheerders van het Curi-O-City Center. Met Padmanabh had ik een bespreking over de lesgeefuren voor judo en korfbal. We hadden een strak schema: van 7.30 to 10.00 uur korfbalsessie, van 11.00 tot 12.00 uur meeting en van 15.00 tot 17.30/18.00 uur een judosessie. Tussendoor maakte ik mijn lesvoorbereiding voor de volgende dag. We hebben gesproken over de opening die plaats zou vinden als iedereen aanwezig zou zijn. De plaatselijk belangrijke mensen werden uitgenodigd om de opening bij te wonen, die op tweede kerstdag plaatsvond. Ik zat nu nog naast de mannen met een stoel er tussen. Erg onwennig zat ik daar, met mijn goede gedrag. De cursisten zaten op de grond op een kleed voor ons. Tijdens de opening werd verteld wat precies de bedoeling is van het project. Ook dat het belangrijk is op tijd met de lessen te beginnen.

In de middag gaf ik de eerste judoles. Ik was erg nerveus, maar dat ben ik altijd als ik voor de eerste keer weer begin met lesgeven. Elke les begonnen we met groeten. Eerst stonden de jongens en meisjes apart. Later moesten zij voor het groeten allemaal door elkaar staan. Hierna vond een warming-up plaats. Voor mij is dat heel normaal, maar hier nog niet.

In eerste instantie heb ik heel veel aandacht besteed aan de valtechnieken en ander grondwerk (houdgrepen, kanteltechnieken en passeertechnieken). Na een week ben ik ook begonnen met staand werk. Eerst half-staand. Degene die wordt geworpen zit op hoge knieen en degene die werpt staat. Belangrijk is: helpen bij het vallen. Als dit goed ging werd er staand geworpen. We moesten er wel steeds op letten dat degene die werpt ook helpt met vallen. Voor iedereen was judo nieuw, maar de cursisten waren erg gemotiveerd om alles te leren. In het begin oefenden de meiden met elkaar en de jongens met jongens. Later zag je ook dat er zo nu en dan jongens met de meiden gingen oefenen. Ook een partijtje stoeien werd op een gegeven moment niet uit de weg gegaan. Na het stoeien was er de cooling down en een gezamenlijke afsluiting met een zittende buiging.

Het afdoen van sieraden bleek voor de meiden vervelend te zijn. Ze dragen heel veel sieraden, maar voor hun eigen veiligheid en die van de ander moet toch alles af. Het liefst een elastiekje in het haar in plaats van een metalen haarspeld. Dit geldt zowel voor judo als korfbal. Bij judo speelt hygiene ook een rol. Je moet schoon de mat op gaan.

In de ochtenduren gaf ik korfballessen. Ook hier waren de cursisten erg leergierig. De warming-up werd in eerste instantie door mezelf gegeven. Later heb ik dit uit handen gegeven en heeft een aantal cursisten dit verzorgd. Bij korfbal is het werpen en vangen in eerste instantie erg belangrijk. In verschillende oefenvormen heb ik geprobeerd dit bij te brengen. Daarnaast is er ook een aantal worpen belangrijk: het afstandschot, het zesje, de penaltyworp en de doorloopbal. Hoe mag er verdedigd worden en hoe mag je aanvallen. We hebben ze allerlei basisregels aangeleerd. Dan heb je ook nog positiespel en het vrijlopen bij je verdediger vandaan. Iedereen is daar zeer intensief mee aan de slag geweest. Korfbal wordt normaal gesproken samen gespeeld met jongens en meisjes. In het begin lukte dat nog niet en werd er apart geoefend. Uiteindelijk is er wel heel erg goed samen gespeeld door iedereen.

Naast de lessen verzorgde ik ook de meeting. Tijdens de meeting probeerde ik duidelijk te krijgen waarom dit project is georganiseerd. Ramish en ik probeerden discussies uit te lokken, maar dat is erg moeilijk. We hebben het het tijdens de meeting ook gehad over lichaamstaal en emoties. Ook dit is voor Indiers niet makkelijk. Uiteindelijk is het wel een beetje gelukt om emoties met elkaar te kunnen uitbeelden. In kleine groepjes van jongens en meisjes is de campus opgeruimd. De opdrachten werden goed uitgevoerd en niemand liep een ander te commanderen.

Wat erg mooi was om te zien en te ervaren was dat wij in de historische stad Bijapur op een stuk grasveld voor een museum gewoon tikkertje hebben gespeeld. Dit was uniek, omdat we in het openbaar gemengd een spelletje speelden. Jongens en meisjes in de leeftijd van 12 tot 24 jaar speelden samen tikkertje!!! Dit kan normaal gesproken niet.

Tijdens de demonstratiemiddag zat ik dit keer tussen de mannen, wat ook al een verandering was vergeleken met de opening. Alleen jammer dat er niets is vertaald in het Engels, want nu weet ik nog niet wat er precies is gezegd tijdens deze belangrijke middag.

In de judodemonstratie kwamen bijna alle aspecten van deze sport aan de orde. Alles wat de cursisten hebben geleerd in twee weken tijd werd geshowd, waaronder ook een klein begin van staand werk.

Tussendoor gaven de dansers van school ook een mooie demonstratie, waarbij de jongens en meisjes door elkaar dansten. Dat is zeker niet de gewoonte in India! Zij gaan binnenkort optreden op een concours. Waarschijnlijk zullen zijn de enige groep zijn die gemengd danst. De demonstratie-korfbalwedstrijd zag er goed uit. Er werd fanatiek gespeeld, maar wel erg eerlijk en met een goede onderlinge samenwerking

Ik hoop dat hiermee het beginsel van gelijkheid tussen jongens en meisjes is gelegd. Ik denk dat het op de campus in ieder geval wel een beetje is gelukt. Nu nog daar buiten.

Als sportdocent werd ik op handen gedragen en na elke les werd ik uitgebreid door iedereen bedankt. Ook liep een aantal cursisten altijd mee naar mijn huis en droegen zij mijn spullen. Het leek wel of het dragen van mijn spullen een eer voor hen was.

Het was al met al een prachtige ervaring.

Ageeth Bakker